LSD - Linearity, Simplicity, Duality regels      
 
  door Richard van Oostrum en Rob Vermeer

Doel van het spel:
4 tegels van de eigen kleur aaneengesloten in een rij op het speelveld te krijgen, horizontaal of verticaal. Bij 4 spelers is 3 tegels in een rij voldoende om te winnen. Het gaat hierbij om de kleur van de tegels, niet om de iconen.

De tegels:
Op de tegels zijn (halve) bolletjes afgebeeld, deze bepalen waar andere tegels tijdens het spel aangelegd mogen worden. Elke tegel heeft ook een icoon ( ‘+’ of ‘x’), deze wordt gebruikt om tegels van een tegenstander te kunnen slaan. Er zijn twee soorten iconen, witte en zwarte.

Voorbereiding:
De spelers kiezen een kleur, nemen daar alle (20) tegels van en leggen die voor zich op tafel. Dit is de voorraad, deze tegels dienen tijdens het spel goed zichtbaar te blijven voor de andere spelers. Let op: Bij 4 spelers is het belangrijk, dat de spelers die na elkaar spelen niet allebei met wit of met zwart spelen (zie ‘slaan’ om te ontdekken waarom). Bij 2 spelers speelt 1 speler met de witte, de ander met de zwarte iconen.

De speler die het meest in de war is, begint door een tegel uit zijn voorraad in het midden van de tafel te leggen. Dit is nu het speelveld.

Spelverloop:
Er wordt om beurten gespeeld (met de klok mee). Elke beurt kiest een speler 1 tegel uit zijn/haar voorraad en legt deze aan de tegels in het speelveld. Belangrijk bij het aanleggen is, dat er altijd minstens 1 bolletje heel gemaakt moet worden, en dat je door het aanleggen geen bolletjes mag afsnijden. Als een speler geen tegel kan aanleggen, wordt deze speler overgeslagen. Als niemand meer kan aanleggen, eindigt het spel in remise.

Slaan:
Door een tegel aan te leggen, kan men 1 of meer tegels van een tegenstander ‘slaan’ (Theoretisch is het mogelijk om 4 stenen met 1 zet weg te slaan). Je hebt 2 tegels met dezelfde iconen nodig om andere tegels te kunnen slaan, hierbij slaan de witte iconen alleen de zwarte en andersom. De kleur van de tegels zelf maakt bij het slaan niet uit (bij 4 spelers kan je dus samenwerken om te slaan).

De ‘+’ slaat tussenliggende tegels horizontaal en verticaal.
Slaan met een ‘+’ kan alleen als er slechts 1 tegel afstand tussen de ‘+’ tegels zit. Door tegel 3 neer te leggen wordt tegel 2 geslagen. Als tegel 1 een ‘x’ was geweest, was er nu niets geslagen.

De ‘x’ slaat aanliggende tegels diagonaal.
Slaan met een ‘x’ kan alleen als de ‘x’ aan een hoekpunt van een andere ‘x’ wordt aangelegd. Door tegel 3 neer te leggen wordt tegel 2 geslagen. Merk op dat als er op plek ‘B’ een tegel met een wit icoon zou liggen, deze ook geslagen zou worden. Als tegel 1 een ‘+’ was geweest, was er nu niets geslagen.

De cijfers op de tegels geven de volgorde van spelen aan.
‘?’ = Het is een wit icoon, maar het maakt niet uit of het een ‘x’ of ‘+’ is.

De geslagen tegels worden verwijderd en aan de kant gelegd. De rest van de tegels blijft gewoon liggen. Op de plek van een geslagen tegel kan tijdens het spel gewoon weer een tegel worden gelegd, deze slaat zichzelf niet weg.

In de war? onthoud: De kleuren zijn om een rij te maken, bolletjes om aan te leggen, en iconen om te slaan.

© 2005 Symbiose. Symbiose keurt het gebruik van drugs niet goed. Ook is het niet de bedoeling van Symbiose om het gebruik van welke drugs dan ook aan te moedigen. Speel het spel, gebruik niet het spul.

 

 
 

© 2005 Symbiose